Terug
Gepubliceerd op 28/01/2020

2019_GR_00195 - Belasting op private clubs - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 09/12/2019 - 19:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johan Leysen, voorzitter; Werner Hens, schepen; Mien Vanden Broek, schepen; Wim Wouters, schepen; Bert Kenis, schepen; Zjeen Reynders, schepen; Erik Borgmans, schepen; Geert Mangelschots, gemeenteraadslid; Vincent Kolen, gemeenteraadslid; Lieve Deprins, gemeenteraadslid; Sandra Ruymaekers, gemeenteraadslid; Theodorus Coudyzer, gemeenteraadslid; Bert Deckers, gemeenteraadslid; Saartje Hannes, gemeenteraadslid; An Lenaerts, gemeenteraadslid; Ludo Lenaerts, gemeenteraadslid; Evert Mol, gemeenteraadslid; Dieter Mols, gemeenteraadslid; Rony Vaes, gemeenteraadslid; Kelly Van Baelen, gemeenteraadslid; Erna Vandenbos, gemeenteraadslid; Els Van Hout, gemeenteraadslid; Christophe Vandyck, gemeenteraadslid; Patrick Verbraeken, gemeenteraadslid; Richard Vermeulen, gemeenteraadslid; Koen Willekens, gemeenteraadslid; Jef Convens; Michel Van Sprengel, algemeen directeur

Secretaris

Michel Van Sprengel, algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00195 - Belasting op private clubs - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Johan Leysen, Werner Hens, Mien Vanden Broek, Wim Wouters, Bert Kenis, Zjeen Reynders, Erik Borgmans, Geert Mangelschots, Vincent Kolen, Lieve Deprins, Sandra Ruymaekers, Theodorus Coudyzer, Bert Deckers, Saartje Hannes, An Lenaerts, Ludo Lenaerts, Evert Mol, Dieter Mols, Rony Vaes, Kelly Van Baelen, Erna Vandenbos, Els Van Hout, Christophe Vandyck, Patrick Verbraeken, Richard Vermeulen, Koen Willekens, Jef Convens, Michel Van Sprengel
Stemmen voor 22
Erik Borgmans, Johan Leysen, Werner Hens, Mien Vanden Broek, Wim Wouters, Bert Kenis, Zjeen Reynders, Lieve Deprins, Geert Mangelschots, Saartje Hannes, An Lenaerts, Ludo Lenaerts, Evert Mol, Dieter Mols, Rony Vaes, Kelly Van Baelen, Els Van Hout, Christophe Vandyck, Patrick Verbraeken, Richard Vermeulen, Koen Willekens, Jef Convens
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 5
Vincent Kolen, Sandra Ruymaekers, Theodorus Coudyzer, Bert Deckers, Erna Vandenbos
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00195 - Belasting op private clubs - Goedkeuring 2019_GR_00195 - Belasting op private clubs - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

In openbare zitting vergaderd;

Gelet op artikel 170, §4, van de Grondwet;

Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de invoering vergt van alle rendabele belastingen;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen;

Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 10 december 2018 houdende heffing van een belasting op privé – clubs;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Op voorstel van het schepencollege;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Met ingang van 01 januari 2020 en voor een periode eindigend op 31 december 2025 wordt er ten bate van de gemeente een jaarlijkse belasting van € 2.000,00 gesteld op iedere onderneming, club of vereniging, hoe ook genaamd, waarvan de toegang tot de lokalen, waarin de bijeenkomsten op gestelde dagen plaats hebben en waar dranken getapt of gesleten worden tegen betaling onder welke vorm ook, niet publiek is en onderworpen aan het vervullen van zekere formaliteiten of voorbehouden aan bepaalde personen.

Dergelijke club of vereniging wordt hierna in het reglement aangewezen onder de benaming privé – club.  Worden door dezelfde personen of persoon meerdere “privé – clubs” uitgebaat op verschillende plaatsen in de gemeente, dan is de belasting verschuldigd voor elk van deze plaatsen.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de uitbater van de privé – club.  Wordt de private club evenwel door een zetbaas of een andere aangestelde voor rekening van een derde persoon gedreven dan komt de belasting ten laste van de opdrachtgever.  De uitbater moet in dit geval het bewijs leveren dat hij de private club voor rekening van derden drijft. 

Voor het geval van uitbating bij lasthebbing is de opdrachtgever ertoe gehouden ingeval van verandering van zetbaas of aangestelde, hiervan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen vooraleer de nieuwe zetbaas of aangestelde in dienst treedt.

Artikel 3

De belastingplichtigen bedoeld onder artikel 2 zijn ertoe gehouden jaarlijks voor 30 april, bij het college van burgemeester en schepenen schriftelijk aangifte te doen van het bestaan van de privé – club.

Zij zullen bewijs voorleggen van hun bekwaamheid tot aangifte.

Wordt één dezer personen vervangen dan moet hiervan onmiddellijk aangifte gedaan worden door de nieuw – optredende.  De vervanging ontslaat evenwel niet de oorspronkelijke aangevers van de bestaande belastingsschuld.

De privé – clubs opgericht in de loop van een bepaald aanslagjaar moeten schriftelijk aangegeven worden binnen de acht dagen na het in werking treden ervan.

Artikel 4

De belasting is ondeelbaar, d.w.z. dat de volledige belasting verschuldigd is om het even op welke datum van een bepaald aanslagjaar de privé – club opgericht wordt of in werking treedt op het grondgebied van de gemeente. Geen ontlasting of vermindering van belasting wordt verleend wegens staking van de activiteiten van de privé – club in de loop van een aanslagjaar, om welke reden het ook weze.  In geval van overname van een bestaande privé – club in de loop van het aanslagjaar, is de belasting opnieuw in haar geheel verschuldigd door de nieuwe exploitant, terwijl de belasting, gesteld op de oude uitbater, in haar geheel behouden blijft.

Artikel 5

Bij gebreke van een aangifte op de gestelde datum, of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de  belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Artikel 6

De overeenkomstig artikel 5 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:

-                  10 % bij een eerste overtreding;

-                  40 %, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen.

De verhoging wordt afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet vermeld, afgezien van het feit of het om één of meerdere overtredingen per aanslagjaar gaat.

Artikel 7

Deze belasting wordt door middel van een kohier ingevorderd.

Bedoeld belastingkohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8

De vestiging en invordering van de belastingen en ook de behandeling van geschillen hierover gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen en het uitvoeringsbesluit terzake.

Artikel 9

Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, §1, 1° en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.