In openbare zitting vergaderd;
Gelet op artikel 170, §4, van de Grondwet;
Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de invoering vergt van alle rendabele belastingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 10 december 2018 houdende heffing van een belasting op niet-gepersonaliseerd reclamedrukwerk;
Gelet op het feit dat de gemeente Balen geen vrijstelling wenst op te nemen voor belastingplichtigen die in het Vlaams Gewest de reële kostprijs van de inzameling en recyclage van het oud papier afkomstig van hun drukwerken betalen via het Interventiefonds Oud Papier aangezien de bedragen die andere gemeenten van hoger vermeld fonds ontvangen ter compensatie van de belastingvrijstelling, niet in verhouding zijn tot de belastinginkomsten die zo worden verloren;
Overwegende dat de steeds stijgende hoeveelheid te verwerken papierafval aanleiding geeft tot hoge verwerkingskosten;
Overwegende dat de niet geadresseerde drukwerken met handelskarakter en gelijkgestelde producten een belangrijk deel uitmaken van het te verwerken papierafval en dragen bij tot deze hoge verwerkingskosten;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Op voorstel van het schepencollege;
Met ingang van 1 januari 2020, en voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een gemeentebelasting geheven op de huis-aan-huis verspreiding van reclamebladen en daarmee gelijkgestelde producten.
Onder reclamedrukwerk wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die er op gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
Onder gelijkgestelde producten worden verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik of verbruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.
Onder huis-aan-huis verspreiding wordt verstaan het systematisch achterlaten van drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.
De belasting is verschuldigd door de uitgever. Wanneer de uitgever niet gekend is en/of niet vermeld is op de reclamebladen of de gelijkgestelde producten, dan is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem de reclame, bedoeld onder artikel 1, wordt gevoerd.
De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt.
De belasting wordt vastgesteld op 0,02 euro per exemplaar met een minimum van 100 euro per verspreiding.
Het al dan niet volledig bedrukt zijn van een blad geeft geen aanleiding tot vermindering van de belastingtarieven.
Bij fractionnaire verspreiding wordt de belasting aangerekend in verhouding tot het aantal verspreide exemplaren op voorwaarde dat de belastingplichtige dit aantal duidelijk zichtbaar op zijn reclamedrukwerk of daarmee gelijkgesteld product vermeldt.
Bij ontstentenis daarvan zal, bij gemis van tegenbewijs, de aanslag van ambtswege worden berekend op grond van de beschikbare controle-elementen in elk navermeld gemeentelijk gehucht en het aantal aldaar geregistreerde brievenbussen door het bestuur van de Post.
De volgende publicaties zijn van de belasting vrijgesteld:
De belastingplichtigen moeten voorafgaandelijk aangifte doen bij de dienst gemeentebelastingen, Vredelaan 1, 2490 Balen:
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag. Van ieder te verspreiden reclameblad of gelijkgesteld product dient bij de aangifte een specimen gevoegd te worden. Deze aangifte zal vergezeld zijn van een specimen van het te verspreiden drukwerk of daarmee gelijkgesteld product en vermeldt de oplage en de datum van de verspreiding.
Bij gebreke van een aangifte op de gestelde datum, of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen, het bedrag van de belasting .
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
De vestiging en invordering van de belastingen en ook de behandeling van geschillen hierover gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen en het uitvoeringsbesluit terzake.
Het reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, §1, 1° en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.